IMAF-INFO

Dossier Coronavirus Sociale zekerheid *** Update ***
Friday 27 March 2020

Inmiddels heeft het nieuwe voorgenomen beleid mbt de sportscholen al behoorlijk wat krachten en machten in beweging gezet.

De manier waarop Arie Boomsma het heeft verwoord in de media,  ingegeven door stakeholders uit ons werkveld raakt naar mijn mening de kern van de zaak.

Hoewel niet genoemd gaat het natuurlijk ook over de krijgskunsten en niet alleen de vechtsporten.

Ook door de FOG is er druk uitgeoefend om hier een verstandige beslissing te nemen door de overheid en is de informatie over goede werkbare manier overgebracht bij N*N en de regering; voor zover wij hebben kunnen waarnemen vond dit inderdaad geen directe negatieve weerklank bij het team van premier Rutte maar dat er geen positieve overname door het adviesorgaan is gedaan hebben wij natuurlijk ook kunnen waarnemen.

Niet makkelijk te achterhalen waar het precies is misgegaan want het overleg werd natuurlijk grotendeels achter gesloten deuren gevoerd. 

Op vorige mails heb ik niet van alle leden een reactie mogen ontvangen en meen oprecht dat dit nu wel gewenst is om vooral naar N*N en de overheid tot in detail te laten weten wat dit besluit voor effect heeft op het voortbestaan van onze scholen en ook de onmogelijkheden waar wij nu geconfronteerd worden.

De FOG denkt graag met je mee over mogelijkheden om de komende tijd door te komen en ondersteuning te bieden bij de problemen die nu zullen ontstaan bij je leden.

Ik zie jullie informatie graag tegemoet.

Collegiale groet,

Henk Verschuur

Voorzitter

 

Dossier Coronavirus: Sociale zekerheid
1. Beleidsregel werktijdverkorting ingetrokken
Bijgewerkt op 18 maart 2020, 21.50 uur
De werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling), die is opgenomen in de Beleidsregel ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, heeft als doel werkgevers in staat te stellen hun personeel te behouden als ze tijdelijk te maken krijgen met een fors werkurenverlies door een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. De uitbraak van het coronavirus is zo’n calamiteit. Dit heeft sinds die uitbraak geleid tot een ongekend groot beroep op deze regeling (bij het intrekken van de regeling voor meer dan 750.000 werknemers). Hier is de regeling niet op berekend.
Daarom heeft de minister van SZW de regeling met ingang van 17 maart 2020, 18.45 uur ingetrokken. Nieuwe ontheffingen worden niet meer verleend en een reeds verleende ontheffing wordt niet verlengd.
In de plaats daarvan geldt de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Werkgevers en werknemers kunnen met de NOW sneller kunnen worden bediend terwijl toch wordt voldaan aan de doelstelling van de beleidsregel, namelijk het dempen van de gevolgen van buitengewone omstandigheden die het de werkgever belemmeren of onmogelijk maken om ten volle de loonkosten van zijn werknemers te blijven voldoen.
Aanvragen om werktijdverkorting die voor 17 maart 2020, 18.45 uur zijn ingediend, maar nog niet zijn afgehandeld zullen worden beschouwd als aanvragen voor de nieuwe regeling, zodat werkgevers niet opnieuw een aanvraag hoeven in te dienen; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de afhandeling van de aanvragen die onder de tegemoetkomingsregeling worden afgedaan zal de datum van aanvraag niet van invloed zijn op de hoogte van de te ontvangen tegemoetkoming.
Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Stcrt. 2020, 17126

2. Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)


Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur
De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) is de opvolger van de ingetrokken beleidsregel werktijdverkorting (wtv-regeling). De NOW maakt het mogelijk om meer werkgevers financieel tegemoet te komen en dit bovendien sneller te doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd.
Werkgevers die te maken hebben met ten minste 20% verwacht omzetverlies, kunnen – gerelateerd aan het omzetverlies – bij UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100% door. Deze periode kan éénmalig worden verlengd met nog een keer drie maanden. In de regeling kan (vooraf) worden bepaald dat aan de verlenging van de tegemoetkoming nadere voorwaarden zullen worden gesteld. De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.
De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Bij een lagere terugval van de omzet, geldt ook een naar rato lagere tegemoetkoming (100% omzetdaling is 90% tegemoetkoming; 50% omzetdaling is 45% tegemoetkoming).
UWV baseert zich bij de toekenning van de tegemoetkoming op gegevens uit de aangifte loonheffingen.
De NOW komt tijdelijk in de plaats van de ingetrokken wtv-regeling. Reeds ingediende wtv-aanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners.
Bij de aanvraag voor de NOW committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers volledig door. De tegemoetkomingsregeling voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen. Het kabinet roept werkgevers dan ook op om werknemers zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten. Indien een oproepkracht voldoet aan de reguliere voorwaarden voor een WW-uitkering, komt deze oproepkracht in aanmerking voor een WW-uitkering.
UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van de tegemoetkoming (in elk geval 80% van het bedrag) verstrekken. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist.
Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.
Parallel worden voor Caribisch Nederland maatregelen uitgewerkt die passen bij de problematiek en lokale context van deze eilanden.
Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Ministerie van SZW; UWV; Belastingdienst

3. Noodloket € 4000
 
Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur
Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt een noodloket opengesteld voor de tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemingen die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de crisis door de uitbraak van het COVID-19-coronavirus en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Het gaat hier om ondernemingen die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Er komt een overzicht van bedrijven die hiervoor in aanmerking komen, maar deze is nog niet formeel vastgesteld. Genoemd worden:
• horeca
• reisbranche
• evenementenbranche
• visagisten en nagelstudio’s
• sport- en fitnessclubs
• kappers
• schoonheidssalons
• sauna’s
• casino’s
• sekswerkers
• cultuursector
Deze ondernemingen zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de corona-uitbraak achter de rug is. Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke inrichting buiten het eigen huis. Voor ZZP’ers geldt een aparte regeling.
Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4000 voor de periode van drie maanden die als gift wordt verstrekt. De onderneming mag zelf bepalen waar het geld aan wordt besteed, maar is bedoeld voor vaste lasten. Het noodloket geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. Grote bedrijven, die niet aan de MKB-definitie voldoen, komen hiervoor niet in aanmerking. De formele regeling (Beleidsregel tegemoetkoming schade COVID-19) met alle voorwaarden is nog niet gepubliceerd. Deze wordt nu uitgewerkt en met spoed voorgelegd aan de Europese Commissie voor de beoordeling op (geoorloofde) staatssteun. De RVO gaat de regeling uitvoeren.
Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); Rijksoverheid – Coronavirus COVID-19

4. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)
 
Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur
Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandigen, zoals in de culturele sector en de horeca, noodgedwongen inkomsten. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingaat. De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en gebaseerd op de Participatiewet, maar formeel nog niet bekend gemaakt. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten.
Ondersteuning kan met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 worden aangevraagd in de woon-/vestigingsplaats van de zelfstandige:
• voor een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (inkomensondersteuning). De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. De hoogte is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1503,31 per maand (netto). De inkomensondersteuning wordt binnen vier weken na de aanvraag toegekend, voor een periode van maximaal drie maanden (1 maart 2020 tot 1 juni 2020). De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt om niet verstrekt en hoeft dus niet te worden terugbetaald.
• voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157 om liquiditeitsproblemen op te lossen. Er bestaat een mogelijkheid om uitstel van aflossing. Het rentepercentage is lager dan nu in het BBZ geldt.
De tijdelijke regeling bevat de volgende elementen en voorwaarden:
• geen toets op levensvatbaarheid van de onderneming
• geen vermogenstoets en partnertoets
• de regeling geldt alleen voor Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, die wonen en rechtmatig verblijven in Nederland
• de gevestigde zelfstandige is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium (minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep). Als nog geen jaar gelden de onderneming gestart is, geldt moet gemiddeld minimaal 24 uur per week in of voor het bedrijf gewerkt zijn.
• het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend, voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf en is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel
Veel gemeenten hebben de aanvraag voor een voorschot op de Tozo-regeling opengesteld, maar kunnen zolang de regeling formeel niet van kracht is, nog niet beschikken.
Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is.
Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Kamer van Koophandel; Vereniging Nederlandse Gemeenten; Rijksoverheid – Coronavirus COVID-19

5. Premiedifferentie WW/Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)


Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur
30%-toets bij overwerk door coronacrisis
Sinds 1 januari betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.
Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg). Het kabinet gaat de 30%-toets aanpassen om deze onbedoelde effecten weg te nemen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zal deze aanpassing, die voor kalenderjaar 2020 zal gelden, zo spoedig mogelijk uitwerken.
Coulanceperiode verlengd tot 1-7-2020
Werkgevers hebben op basis van een coulanceregeling van de minister van SZW tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze coulanceperiode verlengd tot 1 juli 2020. Het coulanceregime zoals dat geldt voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.
Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147

6. Sociale verzekering bij wonen of werken in ander land blijft voorlopig onveranderd


Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur
Door de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zijn de werktijden en de plaats van werken voor veel mensen tijdelijk anders. Veel mensen werken vanwege de coronacrisis tijdelijk thuis. Dat kan in een ander land zijn dan waar normaal gesproken wordt gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aangegeven dat dit voorlopig geen gevolgen heeft voor de sociale verzekering voor iemand die normaal over de grens woont of werkt in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Men hoeft hiervoor verder niets te regelen.
Bron: nieuwsbericht SVB 20-3-2020