Algemeen
Zoals bij elke andere sportvereniging bestaat het ledenbestand uit leerlingen die op jonge leeftijd begonnen zijn met een of andere Budosport. Dus ook bij scholen en verenigingen van
IMAF-Nederland. Bij hen wordt de basis vanaf het begin volgens de eigen gevestigde methodes aangeleerd. Eerst door kopiëren, daarna door nadenken en zelf ontwikkelen.
Kinderen dienen zich als nieuwe leerlingen aan met en zonder talent, met een meer of minder goed
ontwikkelde motoriek (en alles daar tussenin).

Van ons als trainer, coach wordt opbouw, structuur, motivatie en reflectie verwacht.
De leraar, de coach. In beide gevallen: vooral begeleider.
Hoe houden we ze erbij, de groep 13 - 18+?
We hebben het er weer eens een keer over gehad ...
Tegen de tijd dat ze nog interessanter voor ons beginnen te worden, gaan ze weg.
Sommigen wachten niet eens zo lang. Zo zegt ' ... ': 'Ik stop met Karate, ik ga voetballen'.
En verder, school – studiedruk, pubertijd – andere vriendjes, verkering ...
Vergis je niet, dit is een landelijk probleem, ongeacht de soort sport en van alle tijden.
Wie meent dat dit een nieuw fenomeen is, vergist zich deerlijk. Het is keer op keer gesignaleerd in de media, breed uitgemeten op diverse fora, uitgebreid besproken op seminars.
Bij de NKS, onze koepelorganisatie, is dit zelfs een 'hot item'. Alle sporten, verenigingen, andere bonden zitten ermee en niemand heeft de oplossing!
Dus: het is ook niet typische iets van deze tijd, het is altijd aanwezig geweest.
Wat wel van deze tijd is, is dat ouders tegenwoordig sneller geneigd zijn hun kind hun zin te geven. Kinderen van tegenwoordig zijn, op uitzonderingen na, minder standvastig en geven sneller toe aan de aanzuigende werking van iets nieuws. De generaties die van geen Nee weten, niet gewend zijn aan tegengas.
Je zou verder ook best eens stil kunnen staan bij een mogelijkheid, dat kinderen tegenwoordig zoveel moeten en willen, dat ze gewoon geen zin meer hebben ... ?
Dus: we moeten niet net doen, of de illusie hebben, dat het weglopen en of wegblijven van de groep 13 - 18+ iets nieuws is.
De oplossing ligt volgens mij niet in alweer een andere aanpak van de trainingen, nog meer creativiteit in de lesopbouw, uitwisseling met andere scholen.
'Wat willen jullie vandaag doen?' vroeg ik laatst nog de jeugdgroep.
'Tikkertje', 'trefbal', 'met de matten', waren de antwoorden.
'Ja, maar dit is een Karateclub', klinkt dan als een zwak argument.
13 tot 18 jaar? De jongens zitten achter de meiden aan en de meiden zitten achter de jongens aan.
Dus misschien is onze oneindige zoektocht naar de oplossing voor 'Hoe hou je ze erbij – de 13 tot
18-jarigen' een onmogelijke zoektocht en wordt uiteindelijk alles bepaald door simpele biologische factoren.
Maar ja, niets van dit alles geeft een antwoord.
We moeten in ieder geval de keuze voor een goede sportbeleving bij de kinderen leggen:
Zeg hoe belangrijk het is, dat ze ergens voor moeten staan, hier: voor hun Budo.
Zeg ze dat je alleen een goede Judoka, of Karateka, enz. wordt, als je goede technieken leert.
Zeg dat ze er iets voor over moeten hebben. Alleen als je je er helemaal voor geeft en volhoudt, bereik je wat.
Bij ons leren ze hun eigen ik kennen (niets is confronterender dan het gevecht), je lichaam te leren kennen (ook al kost het jou meer moeite dan je vriendje) – Budo als instrument.
Ontwikkel je tot een volhouder, wees standvastig, wees karaktervol.
Ontwikkelen van een eigen identiteit. Als lid van een vereniging behoor je tot een groep, een groep met een duidelijke eigen identiteit.
Uiteindelijk is het de leraar die het moet doen en ondanks dit alles gaat we toch gewoon verder, dus:
gaan we het ook hebben over hoe we hun aandacht kunnen vasthouden.
Reflectie en zelfreflectie
Observeren is een kunst. Kinderen hebben jouw ogen nodig om zich te verbeteren. Ze verwachten geen correctie, maar reflectie.
In het geval van het begeleiden van eigen leerlingen wordt ook een flinke dosis zelfreflectie van jou als leraar verwacht. Met uitzondering van het leerlingen die hardnekkig dezelfde fout blijven maken, ondanks herhaalde aanwijzingen en correcties, zullen algemene steeds terugkerende fouten herleid moeten worden naar jezelf als hun leraar. Is er een andere methode nodig voor verbetering, of juist de ogen van een andere leraar?
Luisteren kinderen wel, als je ze corrigeert met steeds dezelfde opmerkingen?
Wat is beter: 'Je trekt je voet niet voldoende terug na de trap', of: 'waarom trek je je voet niet goed terug na de trap?'
In het laatste geval kom je er achter waarom ze de fout in jouw ogen maken.
Zelfreflectie: de leerling zal hopelijk nadenken over je opmerking en de waarde ervan.
Ze zoeken de spiegel, jouw observaties.
Hoe maak je gebruik van wat elementaire kennis van ontwikkelingspsychologie? Hoe kun je kinderen van een bepaalde leeftijd (ontwikkelingsniveau) het beste bereiken?
Als leraar sta je naast je leerlingen.
Verbeter de leerlingen door de leraren te verbeteren
Over het algemeen bestaat in Budo de opvatting, dat gevorderde leerlingen kunnen worden ingezet als hulpinstructeur. Het helpen bij lesgeven draagt bij aan de vorming en ontwikkeling van een eigen visie. Het zet ze ook op het spoor van eigen tekortkomingen: zelfreflectie. Verder helpt het natuurlijk ook bij het nadenken over de achterliggende gedachten van technieken: wat is het nut van de gebruikte methode en kan het ook anders, zonder het wiel opnieuw te willen uitvinden.
In de westerse sportwereld is ontzettend veel gedaan aan onderzoek naar en ontwikkeling van andere lesmethodes. Een belangrijke dienst van elke zichzelf respecterende bond is het (kunnen) aanbieden van goede gecertificeerde opleidingen. In het verlengde daarvan je kennis en vaardigheden bijhouden, je verder ontwikkelen en (een term die ik onlangs hoorde) je upgraden.
Dus: lerarendagen, kennis en ervaringen uitwisselen.
Met een goede opleiding voor leraren wordt de kwaliteit van het lesgeven bevorderd.
Ook vanuit de overheid wordt verwacht dat elke sportschool of vereniging wordt geleid door vakmensen, terwijl ook verzekeringtechnische aspecten een rol spelen in de vraag naar gekwalifiseerde leraren.
Wij kunnen al lang niet meer de amateur uithangen. We zullen heel wat meer moeten doen, dan alleen maar een beetje lesgeven.
Een hoge eigen vaardigheid is fijn, maar niet essentieel.
Met het vorderen der jaren zal het accent voor de betreffende leraar meer moeten gaan verschuiven naar het begeleiden en mentorschap.
Bij een beginnende leraar echter is het eigen goede voorbeeld nummer 1! Een erkende lesmethode bij het aanleren van technieken is de perfecte demonstratie van de techniek – op volle snelheid en in detail. Daarna volgt het zo goed mogelijk kopiëren van het voorbeeld door de leerlingen.
Van een vereniging mag worden verwacht, dat erkend wordt dat je geen kwaliteitsnormen kunt vragen, zonder daarvoor te willen investeren. De stappen:
In Budo zijn Dangraad en kennisniveau met elkaar verweven. Het klinkt een beetje dubbel, maar iemand met een hoge eigen vaardigheid hoeft geen ambities te hebben om les te geven. Met andere woorden, beloon de erkende leraar, die voortdurend zoekt naar verbetering met de graad die hoort bij zijn ontwikkelingsniveau en beloon de getalenteerde Budoka met de graad die hoort bij zijn of haar technische vaardigheid
Tenslotte zijn goed kunnen lesgeven en goed kunnen uitvoeren twee afzonderlijke vaardigheden.
Je mag iemand die geen interesse heeft in het lesgeven of leiden van een eigen school, nooit beperken in zijn of haar doorgroeien in Budo, door ze te beperken in hun doorgroei mogelijkheden in het Dansysteem.
Het Dansysteem is vooral bedoeld om het technische niveau aan (kunnen) te geven en te belonen.
Het kan en mag niet gebruikt worden om iemand die les geeft te bevoordelen en iemand die dat niet wilt te benadelen.
Stel jezelf als beginnend assistent voor, dan verwacht je ook reflectie. Zonder dit is zelfreflectie in de spiegel kijken en kijken naar een gezicht vol twijfels.
En toch zullen we hier aan moeten, hoe dan ook. Ook onze vereniging bouwt op eigen leraren en talentvolle leerlingen die ooit het vaandel willen overnemen. In eerste instantie zal de eerste opleiding als leraar-assistent binnen onze eigen Dojo kunnen plaatsvinden – het assistentschap.
Een slechte begeleiding kan een zware wissel trekken op je team van assistenten en heeft bovendien gevolgen voor de kwaliteit van de leerlingen, dus ook van de vereniging.

Wat is talent? Wie hebben er talent?
Wie heeft er weleens een eerlijke analyse gemaakt van welke talenten wij erbij hebben?
In hoeverre kunnen wij, samen met de ouders, werken aan hun karaktervorming, met Budo als middel, werktuig?
Wat willen de kinderen zelf? Wat zijn hun EIGEN ambities?
In hoeverre dringen wij (ouders, leraren) onze eigen ambities aan hen op?
Moeten ze mee naar wedstrijden? In hoeverre wordt uiteindelijk hun 'keuze' afgedwongen () door de dwingende aanwezigheid van de leraar? In hoeverre wordt de leraar geleid door zijn eigen ambitie, om met een zo groot mogelijke groep op een wedstrijd te willen verschijnen?
Wat willen wij eigenlijk? Wat willen zij?
<< Terug